De stilte valt
in stof uiteen
de ruimte om te leven
te groot voor mij alleen

De dagen dromen voorbij
in woorden mooier
dan de mijne waardoor het
lijkt of ik verlies

In de troost van de rituelen die
er altijd al waren, in het verlangen om los te laten, ondanks de vragen weef ik draden vol gedachten tot een nieuw begin

Een cocon vol vlinders
behoedzaam weer de wereld in