De Verlorenen

De Verlorenen op weg naar hun bestemming. 
De meesten samen, een enkeling alleen.
Dat wat ze drijft niet meer dan de haast van een
onvervuld verlangen.  

Wie struikelt in de haast en breekt;
een mens, een leven, een relikwie.

Wie ziet de ander echt,
wie ziet alleen zichzelf,
wie raakt zichzelf in het
ritme van de passen kwijt.”

De avond valt, de vlucht vertraagt,
De stilte die valt vult de vertrekhal met
gedachten. Dromen krijgen woorden,
als monologen vullen ze de vertraagde tijd:

Wat ik voor ons droom is een extra paar armen dat ons voor altijd verbindt. Ogen die betoveren, een gezin. Een reden om nooit meer te verdwijnen.”

Wat ik voor ons droomde had nooit een naam of herkomst uit een ander land. Geen extra paar armen om de liefde te breken, nooit het verdelen van aandacht en tijd.”

“Wat ik voor ons droom is het achterlaten van een verleden zover van het heden dat het ons nooit meer achterhaalt. Zonder de jongen die bijna een man was ooit te vergeten.”

Wat ik voor ons droomde was nooit het afscheid nemen van een kind. Was nooit het legen van een urn aan de onderkant van de wereld. Het bevriezen van de tijd.”

Wat ik voor ons droom is geen droom maar een plan. Heeft kaders, lijnen en cijfers een fundament om samen op te bouwen. Heeft kelders om gedachten te bedwingen die we liever niet laten bestaan. Een houvast om nooit te verliezen.”

Wat ik voor ons droomde was nooit meer dan een vermoeden, een avontuur, een vorm waar ruimte is voor samen. Waar we ieder apart, groeien naar een nieuw begin .”

Wat ik voor ons droom heeft de geborgenheid van bloemetjesbehang, de toekomst van samen aan een tafel, van trainingspakken in dezelfde toon. De belofte van een voor eeuwig samen.”

Wat ik voor ons droomde had nooit een toekomst of zelfs maar een heden, alleen een nu. Geen kaders of kamers vol beloften, geen banden om later te moeten verbreken.”

Wat ik voor ons droom is het bereiken van de plek waar we horen. Ik schreef de letters, de woorden en een kaft. De koers voor jou om daar te komen waar ik al jaren wacht. Misschien wel tevergeefs.”

Wat ik voor ons droomde ben ik al lang vergeten, vergaart stof op een onbekende plek, net buiten mijn bereik.  Langzaam laat ik jouw verlangen gaan en zet ik koers, een stukje buitengaats, tot de wind mijn eigen zeilen grijpt.”

Wat ik voor ons droom is alles wat we eerder hadden, soepel, stevig en zacht. Het verlangen groter dan verstand. De jongen die nu een man is. En van mij de vrouw maakt, die nooit meer zal verdwijnen. Als jij me nog herkent.

Met het doden van de tijd worden de dromen scherper. Verlangen wordt afscheid, het verlaten van een leven als vertrekpunt naar een nieuw begin,

Wie houdt vast en laat zichzelf achter,
wie staat stil en laat de ander gaan,

Een reis begint.

De tekst is gebaseerd op het script van Claudia van Ede van Boink Theater voor het theaterstuk De Verlorenen. Op verzoek van Claudia schreef ik de monologen en voice-over over voor dit stuk geïnspireerd door de repetities van De Avondploeg waar ik bij aanwezig mocht zijn. Het stuk haalde, i.v.m. Corona, het theater helaas niet. Bovenstaand is mijn bewerking van de monologen tegen de achtergrond van het verhaal van De Verlorenen.