Krassen

Handen die zich klemmen om
het laatste stukje rood, bloemen
die wij tulpen zouden noemen, slijpsel
dat zich hecht aan de randen van haar hand.

Voeten net niet bij de grond,
trekken sporen in het oude hout
die ze liever niet zou maken, de strijd
tussen hoofd en lijf, het porselein,
de resten gehavend. Op de oude keukentafel

vallen rode krullen samen met de
lijnen op papier. Een puntje van een tong,
niet meer. Zo anders dan haar hoofd
bedacht ziet ze haar handen maken.

Krassen in het oude hout die markeren
hoe ze groeide, passen bijna op de vrouw
die ze net werd.