De tijd is nu

Struikelend over het donker in de gang, de afgetrapte schoenen, de slenterende trap naar boven, de haast om daar te komen. Nu luisteren nog vol vragen zit en blozende verhalen op het randje van een bed.

De stilte van de avond die pretendeert de nacht te zijn, de tijd tussen twee werelden die altijd even hapert. Het openen van de deuren die ons koesteren vanuit een ander perspectief. Nu liefde nog twee armen is en samen aan een tafel.

Nu de dagen ons nog dragen, niet vervelen. Rituelen eigenhandig breken als we de noodzaak laten gaan. Aandacht zich verdeelt in mate van verlangen, niet in het eindeloos verstrijken van de tijd

Nu toekomst en verleden nog vechten om het langste eind.